Toezicht in tijden van corona (3): de toekomst

Dit is mijn derde blog over toezicht in tijden van corona. In mijn eerste blog ging ik in op de belangrijkste aandachtspunten voor de korte termijn: rolvastheid en het stellen van prioriteiten. In mijn tweede blog ging ik in op de praktische aspecten van het toezichthouden bij een crisis. In dit blog wil ik ingaan op de consequenties voor de langere termijn van de corona-crisis. Ik richt me daarbij vooral op het onderwijs.

In mijn vorige blog schreef ik, dat een goede raad van toezicht zijn inhoudelijke prioriteiten op orde heeft. Op basis daarvan kunnen bestuur en toezicht heldere verwachtingen naar elkaar uitspreken. Die inhoudelijke prioriteiten liggen nu onder het vergrootglas. Dat is een uitdaging op korte termijn en biedt kansen op lange termijn.

Kwaliteit

Natuurlijk, de grootste prioriteit van iedere school is nu de kwaliteit van het onderwijs. Hoe kun je die blijven waarborgen, nu het er naar uitziet dat er nog een tijdje van afstandsonderwijs sprake zal zijn? Daaraan vooraf gaat echter de vraag wat we bedoelenmet kwaliteit van het onderwijs. Dat was altijd al een begrip met meer facetten. Enkele van die facetten komen nu haarscherp naar voren. Door deze aspecten te bespreken, kunnen bestuur en toezicht scherp maken wat de verwachtingen zijn op lange termijn. Dan is het aan de bestuurder om in de uitvoering de passende strategische keuzes te maken. Ik noem er enkele, maar er zijn ongetwijfeld nog andere te bedenken.

Verbondenheid

Bijvoorbeeld het belang van een goede relatie met leerlingen. Niet alleen omdat een goede relatie helpt bij het verzachten van de nadelen van afstandsonderwijs. Ook omdat het gevoel van verbondenheid, het ervaren samen een gemeenschap te zijn, een doel op zich is van onderwijs. Iedereen wil zich verbonden voelen, gezien worden. Als dat gezien worden letterlijk niet meer gaat, is het des te belangrijker na te denken hoe verbondenheid op een andere manier vorm kan krijgen.

Doorlopende ontwikkeling

Een tweede facet is het belang van een doorlopende ontwikkelingslijn. De schoolexamens gaan niet door en de eindtoets wordt niet afgenomen, maar je wilt wel weten dat je leerlingen klaar zijn voor de overgang. Hoe kun je daar meer houvast over krijgen, als je minder kunt vertrouwen op de vaste toetsen? Welke andere manieren zijn er, om die doorlopende ontwikkelingslijn te realiseren?

Rechtvaardigheid

Een derde facet is het belang van rechtvaardigheid in het onderwijs. Niet iedereen heeft een eigen laptop, niet iedereen heeft goede wifi thuis, niet iedereen heeft thuis een plek die voldoende rustig is om een online les te volgen. En ook: sommige leerlingen redden zichzelf prima met weinig uitleg en een paar goede verwijzingen naar bronnen. Andere leerlingen hebben juist veel uitleg nodig. We realiseren ons, wat het doet voor sommige leerlingen om wekenlang thuis te zitten, wat niet altijd een veilige, stimulerende omgeving is.

Deze verschillen worden nu uitvergroot. Het roept de vraag op, hoe we leerlingen ongelijk kunnen behandelen, om ze gelijke kansen te kunnen geven. Hoe kunnen we straks ruimte maken voor rechtvaardige verschillen? Welke variëteit in het inzetten van geld en tijd van leraren kunnen we aanbrengen? Welke variëteit in onderwijstijd kunnen we realiseren, om er 52 weken per jaar te kunnen zijn voor leerlingen die dat nodig hebben?

Inclusiviteit

Een vierde facet is de inclusiviteit van het onderwijs. Het was al langer zo, dat kinderen thuis onderwijs krijgen. Soms omdat het beroep van ouders een gewone school niet mogelijk maakt. Soms omdat een kind thuiszitter werd. Plotseling blijkt, dat veel van de oplossingen die gevonden zijn om tegemoet te komen aan diverse behoeften van kinderen, ook heel bruikbaar zijn voor ‘gewone’ leerlingen. Zoals Andy Hargreaves het ooit formuleerde: ‘What is essential to some, is good for everyone.’ Hoe kunnen we onderwijs zo inrichten, dat we rekening houden met de behoeften van sommigen, en waar iedereen dan van profiteert?

Verandering en keuzes

Een vijfde en laatste facet is dat van het voorbereiden van leerlingen op een veranderende wereld. Meer dan ooit wordt duidelijk, dat verandering en onzekerheid inherent zijn aan de nieuwe wereldorde. Dan is het van groot belang, dat leerlingen daarin zelf keuzes leren maken. Hoe kunnen we ze vormen, tot bewuste, verantwoordelijke burgers, die hun eigen keuzes kunnen maken? Wat vraagt dit van de balans tussen socialisatie en persoonsvorming in het onderwijs?

Deze en andere vragen kunnen hopelijk bestuur en toezicht helpen om de langetermijn-lessen te trekken uit deze crisis. Heel belangrijk is, dat het niet aan de toezichthouder is om (nieuwe) vormen voor te schrijven. Wel is het van belang, dat als de bestuurder – al dan niet door de actualiteit gedwongen – keuzes maakt voor andere, nieuwe aanpakken, dat het helder is op welke aspecten de raad van toezicht de bestuurder dan zal bevragen. Ik hoop dat deze korte beschouwing daar wat inspiratie voor heeft gegeven.

Ik ben benieuwd naar aanvullende vragen en perspectieven.